
Inventaris:
• Preekstoel
• Beelden
• Kruiswegstaties
• Maria-altaar
• Gebrandschilderde ramen
• Sint Jozef-Altaar
• De orgels
De preekstoel
De fraaie neo-renaissancistische preekstoel in eikenhout stamt uit de
noodkerk. Voet en stam hebben de vorm van een grote vaas. Op de ronde
kuip bevinden zich reliëfs van de vier evangelisten en aan de
onderzijde van het klankbord zien we de Geestes-duif in een
stralenkrans.
De
beelden
Ook vier nog in de kerk aanwezige beelden komen uit de noodkerk. Het
geverfde houten beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes stond daarin op
het rechter zijaltaar. Het is afkomstig van een gulle gever uit Geulle
en werd geïnstalleerd op 11 februari 1925. Sinds het gereedkomen van de
Mariakapel in 1941 vindt het daar zijn plaats. (1)
De
beeldengroep achter in de kerk (2), voorstellende de rozenregen van de
heilige Theresia van Lisieux, is van geverfd en verguld hout en werd in
de noodkerk geplaatst in 1925 bij gelegenheid van haar heiligverklaring.
Bij
het samengaan van de parochies Heilige Familie en Onze Lieve Vrouw van
Lourdes in 1997 hebben een drietal beelden uit de kerk van de Heilige
Familie een plaats gekregen in onze kerk. Het betreft hier een Piëtà
uit München uit ca. 1900 (3) ; een kruisbeeld van metaal met vier
glasstenen uit 1970 (4) ; en een email voorstellend "Onze Lieve Vrouw
de la strada" van J. Frederix (copie) uit ca. 1970 (5).
Verder komt uit de kerk van Nazareth een
Antoniusbeeld van Charles Vos,
dat afkomstig is van het minderbroederklooster in de Paterssteeg. Het
is een barokbeeld naar analogie van een beeld van de
H. Bonaventura.
De
kruiswegstaties
De huidige
kruiswegstaties op hardboard van C. Alberdingk zijn omstreeks
1935 vervaardigd in de ateliers van de N.V. Kunstwerkplaatsen
Cuypers en Co in Roermond.
Het
Maria-altaar
Het mozaiek op de achtergrond van het Maria-altaar in de noordelijke
kruisbeuk (6) is ontworpen door Pater De Kort (1960). Het stelt Onze
Lieve Vrouw van de Wonderdadige Medaïlle en de Verdrijving uit het
Paradijs voor. Volgens critici toen en nu past het niet bij deze kerk,
hoe fraai het op zichzelf ook is.
De gebrandschilderde ramen
De acht gebrandschilderde ramen in de noordelijke kruisbeuk (7), met
taferelen uit het leven van de Heilige Maagd, zijn in 1960 vervaardigd
door de internationaal vermaarde glazenier Joep Nicolas.
Hij maakte toen ook de pendant hiervan, de Sint-Jozef ramen in de
zuidelijke kruisbeuk (8) en tevens vier ramen in de noordelijke zijbeuk
(9) en twee in de zuidelijke (1 0). Laatstgenoemde laten thema's uit
het leven van Jezus zien, evenals de drie ramen in de zuidelijke
zijbeuk uit 1956 van de hand van Jos Eggen (11).
De
overige gebrandschilderde ramen zijn alle in 1960 tot stand gekomen.
Harrie Schoonbrood is verantwoordelijk voor de zijramen van de absis
met voorstellingen die betrekking hebben op de Heilige Eucharistie
(12). Eugene Laudy verbeeldde
boven het oksaal
het laatste oordeel (13),in de doopkapel de Doop in de Jordaan en de
Verrijzenis van Christus (14) en in het portaal de Bruiloft van Kana,
de Genezing van een Lamme en de Paasmorgen bij het Graf (15).
Het raam in de westgevel van de Mariakapel is van Frans. Sleijpen en stelt dood, hemelvaart en kroning van Maria voor (16). Het niet gesigneerde raam in de zuidgevel van de kapel, met afbeelding van de verschijning van Maria aan Bernadette, wordt in de inventaris van het bisdom met een vraagteken toegeschreven aan Jos Eggen. De vormen wijzen eerder in de richting van Frans Sleijpen (17).
Het Sint
Jozef-Altaar
Pastoor W.Widdershoven (1964-1983) wist voor het middenschip de
eikenhouten banken te verwerven van de voormalige Sint-Jozefparochie
uit de Augustijnerkerk. Door zijn toedoen kreeg het Sint-Jozefaltaar in
de noordelijke kruisbeuk in 1969 een passende bekroning door een
Jozef-reliëf in hout van Kurt Preuss (18). Deze amateur-kunstenaar uit
de Selfkant was oorlogsslachtoffer en beeldde Sint Jozef af met in zijn
linkerhand een doornenkroon. Door een engel geleid beschermt hij Maria
en het Kind te midden van een groep cynici en een groep gelovigen.
De
orgels
Het huidige grote orgel (het tweede in de geschiedenis van de kerk)
werd geschonken door het Burgerlijk Armbestuur, dat er na de sluiting
van de kapel van Calvariënberg in 1976 geen bestemming voor had. Het
was in 1906 voor die kapel gebouwd door E. Kerkhoff uit Brussel.
Orgelbouwer Verscheuren uit Heythuysen restaureerde het in 1956. Zijn
broer uit Tongeren nam de restauratie op zich ten behoeve van de kerk
van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Het werd ingewijd op 8 mei 1982. In
2008 is het orgel opnieuw grondig gerestaureerd.
In 1998 is tevens een fraai "kistorgel" aangeschaft dat vooral gebruikt wordt bij vieringen in de Emmaüskapel. Dit orgel is gebouwd door W. van Dijkhuizen uit Rijssen.