Er
leven nogal wat vragen over wat je moet doen als je je kind wilt laten dopen.
Het meest eenvoudige is om me gewoon even te bellen, 043 3634348, of kijk elders op deze website: klik hier.
Dopen is ‘gratis’, het kost niets,
maar je mag natuurlijk altijd iets geven, want ook de schoorsteen van de kerk
moet kunnen roken. In de regel dopen we op zondagmiddag, dan is voor mij de
drukte van de vieringen en de preek voorbij. Maar ook omdat zondag de dag van
het geloof is. Het is de 'Dag des Heren'. Christenen worden uitgenodigd op
zondag stil te staan. Op zondagmorgen is Jezus verrezen en Hij heeft zelf aan
zijn leerlingen gevraagd, aan hem te blijven denken door het vieren van de
eucharistie en te dopen in Zijn Naam. Alles wat nodig is voor de doop wordt
door de kerk aangeleverd, behalve de baby natuurlijk en de peetouders.
Ik
zelf vind het fijn kleine kinderen te dopen. Er wordt steeds meer gezegd dat de
kinderen later zelf moeten beslissen. Ik vind dat zoals een kind er niet voor
kiest om geboren te worden, dat is de keuze van de ouders, dat het kind er ook
niet voor kan kiezen in welke cultuur het zal opgroeien. Dat is de cultuur met
haar normen en waarden van de ouders. Ook die geef je als ouders mee. Als het
kind gedoopt is kan het achteraf pas echt kiezen dan om er wel of niet iets mee
te doen. Bovendien is dopen een heel mooi en kostbaar ritueel. Alle culturen
kennen zo iets als een opname in de gemeenschap. Na de bevalling, waar de
natuur het voor het zeggen heeft (op een bepaald moment moet de kleine er
gewoon uit.) is dopen iets wat jezelf in de hand hebt. Het is een ritueel; dat
is cultuur; dat is spelen met water en licht en dromen van geluk en vrede en
vragen om Gods bescherming voor de toekomst. Het mag duidelijk zijn dat ik
graag doop. Ik vind het iets kostbaars, omdat het nieuwe leven zo kostbaar is.
pastor
In tegenstelling tot dopen heb je niet één, maar twee mensen nodig die de moed hebben om in de kerk ten overstaan van wie het maar horen wil, te verklaren dat zij altijd bij elkaar willen horen in voor- en tegenspoed, in ziekte en gezondheid, in rijkdom en armoede. Trouwen doen man en vrouw elkaar. Voor de kerk is dat als zij ‘het’ gedaan hebben. Wanneer en hoe, daar heeft niemand iets mee te maken, maar als er kinderen komen dan is er het zichtbare bewijs dat man en vrouw getrouwd zijn, ook al hebben ze niet of nog niet voor het altaar gestaan. Volgens de kerk is een huwelijk pas een huwelijk als het ‘ratum en consumatum’ is, dwz genuttigd en voltrokken. In de kerk spreekt de priester Gods zegen uit over het ja-woord van man en vrouw. Als priester is hij getuigen van de intentie van man en vrouw om hun hele verdere leven bij elkaar te blijven. Daarom is het nodig om je goed voor te bereiden. Het is belangrijk dat tijdig een datum vast gelegd wordt. Dat gebeurt in overleg met de pastorie tel.: 043 3634348, zie ook elders op deze website: klik hier.
Na het
vastleggen van de datum volgen meestal een drietal gesprekken voor
kennismaking. Je hebt een doopbewijs nodig dat je kunt krijgen in de parochie
waar je gedoopt bent. Bestaat die parochie niet meer dan kun je via navraag bij
de deken of het bisdom, of een andere parochie achterhalen in welk groter
samenwerkingsverband de parochie is opgegaan om daar je doop bewijs op te
vragen. In tegenstelling tot dopen is het huwelijk ook niet gratis. In onze
parochie kerk kost het 315,00 euro, behalve als je 5 jaar of meer meegedaan
hebt aan de maandelijkse kerkbijdrage voor 5,00 euro of meer, dan is het ook
gratis. Voor de mensen van de Guliëlmus is nog een aparte regeling, maar voor
hen gaan ook die 5 jaar tellen en 5 euro. Helaas hebben we de laatste jaren
weinig huwelijken gekend. Ik vind dat jammer, omdat we zo’n mooie trouwkerken
hebben, zowel de Onze Lieve Vrouw van Lourdes als de Guliëlmuskerk zijn er
uitermate geschikt voor. De Guliëlmuskerk is nog wat intiemer. In deze tijd
trouwen voor de kerk is een hele uitdaging.
pastor
Een doop en huwelijk regelen is je voorbereiden
op een feest. Bij een uitvaart is dat anders. We weten dat we ooit moeten
sterven. Maar als je er dan mee te maken krijgt dan moet er tussen het verdriet
door in korte tijd vaak veel geregeld worden. Er hangt ook nog eens een flink
prijskaartje aan, vooral als je niet verzekerd bent. Bij ons in het klooster
moet iedere broeder een testament hebben. Daarin moet staan hoe je je afscheid
gevierd wilt hebben. Dat is wel net zo handig. Praat er met elkaar over: hoe je
je afscheid zou willen zien en doe het niet te snel in stilte. Dat gebeurt
steeds vaker. ‘Vader en moeder zijn zo oud geworden en niemand kent hen bijna
meer’, wordt dan gedacht. Maar bedenk dat mensen, die jou goed kennen of met je
bevriend zijn ook de kans willen krijgen om met je mee te leven en je te
steunen. Het zou kunnen zijn dat er misschien niet zoveel mensen voor vader of
moeder zouden komen die al bijna 100 zijn, maar wel voor jou. Dat zouden er wel
eens meer kunnen zijn dan je denkt. Op zo’n moment kan een goed afscheid goed
doen. In stilte afscheid nemen ontneemt de omgeving, de buren, de straat de
kans om afscheid te nemen, om de overledene een plekje te geven in je hart. In
stilte afscheid nemen kan koud overkomen: “Weer eentje die weg is, zonder
herinnering, zonder ook maar een gedachtenisprentje.” Alleen een crematie
dwingt mensen vanuit een buurt om iets te organiseren voor vervoer. Dat is
lastig. De kerk in de buurt kan een heel belangrijke functie hebben om mensen
op een moment van rouw samen te brengen. Het hoeft niet altijd een ‘mis’ te
zijn. Het kan heel goed voelen om samen met de overledenen nog één keer samen
te zijn en herinneringen op te halen. Cremeren is ‘in’. Ik betwijfel of het
echt goedkoper is dan begraven. Je kunt alles net zo duur en goedkoop maken als
je zelf wilt. Veel mensen kiezen voor crematie om de nabestaande niet op te
zadelen met een graf dat onderhouden moet worden. Toch is begraven ook mooi, je
wordt terug gegeven aan moederaarde waar alle leven uit voortkomt. Er zijn
ontzettend veel manieren van afscheid nemen, bijna net zoveel als er mensen
zijn. Het is daarom goed van te voren daarover met elkaar te spreken en
letterlijk je wensen kenbaar te maken, opdat je anders misschien met een grote
rekening na de uitvaart opgezadeld wordt. Daar heeft niemand wat aan. Wij
helpen als pastores graag mee om lang voor de dood in zicht is na te denken
over afscheid, hoe je dat gestalte kunt geven. Want in de kerk is dat een zaak
van het leven teruggeven, niet nadat het afgelopen is, nee, nadat het voltooid
is, teruggeven aan de Schepper van alle leven. Voor een uitvaart in de kerk
gelden, wat de centen betreft, de zelfde regels als voor trouwen, dat wel.
Zie ook elders op deze website: klik hier.
pastor
Drie keer per jaar heb ik een week lang
‘wachtdienst’. Dan kan ik opgeroepen worden voor een ‘bediening’ als er geen
andere priester beschikbaar is. Vaak kom ik dan aan een ziekbed, waar de
patiënt net overleden is of misschien net zijn laatste adem zal uitblazen als
ik klaar ben met het gebed. Overigens is dat wel heel bijzonder. Maar ik denk
dan altijd weer wat jammer. Mij komt dan altijd weer die oude dame voor de
geest aan de Lange Linschoten. Ik bracht haar eens per maand de communie. Op
ene bepaald moment zei ze: “Ik voel dat mijn einde nadert. Het duurt niet lang
meer. Maar het moet niet zijn als mijn man. Die is zo schielik (= plotseling)
overleden. Dat wil ik niet. Ik wil een goed en echt afscheid. Op een
zondagmiddag moest heel de familie komen: kinderen, kleinkinderen en
achter- kleinkinderen en alle aanhang. Het waren 48 personen in de kamer. Moeder
met het bed in het midden. Geweldig was dat. Iedereen mocht ik de communie
geven. Iedereen zou ook moeder en oma met olie een kruisje geven en daarna
moest een plaat op met het Ave Maria. Nog steeds krijg ik kippenvel als ik er
aan terugdenk. Indrukwekkend hoe zo het leven gevierd werd.
Drie keer kan een katholiek gezalfd worden: de
eerste keer bij de doop, aan het begin van het leven; dan bij het vormsel, aan
het begin van de volwassenheid; tenslotte op het einde van het leven, aan het
begin van de eeuwigheid. Alle goede dingen in drieën toch! Opdat de nieuwe
levensfase soepel mag verlopen met behulp van Gods genade.
De ziekenzalving is een kruisje met olie op je
voorhoofd, en een zalving van de handen: Je mag jouw handen in Gods handen
leggen, om uit te drukken: daar ben je veilig. Het kruisje als symbool van het
geloof zelf. We lezen ene klein stukje uit de Bijbel. Meestal is dat een
gedeelte uit de brief van Jakobus. We bidden een Onze Vader en een wees
Gegroet. Soms ook wensen we elkaar, maar vooral de zieke vrede en alle goeds.
Het zijn heel eenvoudige dingen met soms een geweldige uitwerking.
Verschillende keren heb ik een zieke heel rustig, vredig en kalm zien worden.
Mijn advies wacht met de ziekenzalving niet tot
de zieke op sterven na dood is, maar doe het als hij of zij bij volle bewust
zijn is en geruime tijd voor de dood om samen het leven te vieren en het
vertrouwen uit te spreken dat ook die laatste levensfase met hoeveel gebreken
die ook komt, soepel en in vrede mag verlopen. Je kunt me dan ook altijd bellen
voor een afspraak om tijdig de ziekzalving te ontvangen. Ik zou zeggen: “Wacht
niet tot het allerlaatste moment. En ben niet bang dat de zieke dan meteen
sterft. Velen die ik de ziekenzalving gegeven had bleven daarna nog een hele
tijd in leven. Gelukkig maar.
pastor
Bidden
is gewoon een kwestie van doen, hardop of in de stilte van je hart, met of
zonder woorden. Een van de goede en belangrijke kanten van een viering in de
kerk is dat je er niet alleen samen wilt komen in Jezus naam en in Gods naam op
hoop van zegen. Bidden is als het ware wat je bezig houdt de hemel in gooien in
de hoop en het vertrouwen dat daar boven iemand is die je hoort en die je
helpt. Echt bidden is iets heel bijzonders. Zelfs als je het niet meer weet;
als je volkomen onmachtig voelt; als het zwart voor je ogen ziet, dan nog kun
je bidden. Bidden kun je altijd en overal. Dat hoeft niet alleen in de kerk.
Bidden is een zaak van je hart en je verstand. Het is weten dat het verstandig
is om af en toe je hart open te leggen voor God. Wie God is voor jou, hoe je
God ziet, is misschien minder belangrijk dan te durven vertrouwen dat als je
bidt dat er dan iemand is die je hoort, die je kent, die naar je omziet en aan
wie je alles vragen mag, zelfs het onmogelijke. Bidden is een kwestie van doen
en dan groei je er vanzelf verder in. Bidden is je even stil maken en naar
binnen keren. Even los durven komen van alles. En weet je niet hoe te beginnen,
dan is er dat heel mooie (avond)gebedje dat ik van Annie kreeg:
Danke
Jezuke; Danke Maariaake; Danke Engelke zoet, die opa, oma, papa, mama, broer,
zus vriend, vriendin, geliefde, mij (vul
zelf maar in) bewaren moet.
Intenties zijn vragen voor gebed. Dat kan van
alles zijn. Als iets moeilijk was, zei mijn moeder altijd: “Mattie, je moet er
een intentie van maken!” De laatste keer in Italië met die eeuwige regen heb ik
dus van dat lopen door de regen een intentie gemaakt. Het is eigenlijk een speciaal
gebed met het vertrouwen dat dat
verhoord wordt. Zo’n wens kun je ook opschrijven in de klapper in de Mariakapel
die elke dag open is van 09.00 tot en met 13.00 uur. De intenties die mensen
daarin opschrijven lezen we voor in de vieringen van het weekend. Als mensen
overleden zijn krijgen zij 15 intenties, dat wil zeggen dat in 15 missen de
naam van de overledene wordt genoemd. We hebben er voor gekozen om iedereen
evenveel ‘intenties’ te geven, ongeacht of de collecte nu veel of weinig heeft
opgebracht. Voor God is iedereen gelijk: rijk en arm. Dat proberen wij ook zo
te houden.
Je kunt ook altijd vragen om een ‘speciale
intentie’. om de naam van de overledene te noemen, bijvoorbeeld bij een
jaargedachtenis of bij een verjaardag, of zo maar om weer even de naam te mogen
horen uitspreken, opdat die persoon niet vergeten wordt. Het kan zijn uit
dankbaarheid, bij een 25 jarig of 40 jarig huwelijk. Alleen dan moet er wel
voor betaald worden: 21,00 euro voor de viering tijdens de zondag, 12,00 euro
op zaterdag en 7,00 euro ‘door de week’. Dat blijkt standaard te zijn. Maar het
zijn richtbedragen. Een intentie op maandag zal voor Onze Lieve Heer net zoveel
waard zijn als op zondag, denk ik. Die bedragen zijn dan ook richtbedragen. Wij
vinden dat je vrij bent om te geven wat je wilt. Maar, en dan komt het weer, de
intenties zijn een belangrijke bron van inkomsten voor onze parochie. Behalve
de Kerkbijdrage; het geld voor de kaarsen en de collecte tijdens de vieringen,
zijn de intenties de vierde bron van inkomsten. Daar moeten we van leven. Een
rijke parochie is een parochie waar dus veel ‘intenties’ worden opgegeven. Daar
hebben ze veel te vragen, te vieren of te gedenken. Voor een intentie kun je
behalve in de Mariakapel, ook op de pastorie terecht. Je kunt ook altijd een
brief in de bus doen met een verzoek voor een intentie. De achterliggende
gedachte is anderen bidden met je mee, of zij bidden zelfs speciaal voor jou.
pastor Mattie Jeukens ofm.
N.B. De intenties vind je op deze website onder het kopje H. Mis.
Zonder geld gaat het niet, zonder geld krijg je ook niets voor elkaar. Laatst was iemand heel erg boos op mij. Die vond dat ik een bedenkelijke multinational steunde. Maar die persoon wist niet hoe het hier in Nederland met de centen van de kerk in zijn werk gaat. Hij dacht dat ik door Rome betaald werd en door de bisschop. Hij keek vreemd op toen hij hoorde dat dat dus niet het geval is. Ik wordt niet betaald van hoger hand. Het is de parochiegemeenschap van Wyckerveld Heilige Familie, H. Guliëlmus en Wittevrouwenveld die er voor zorgt dat ik betaald wordt. Ik krijg niet alleen mijn salaris van de parochianen. De parochie zorgt ook nog voor het onderhoud van de kerk, voor het kerkhof en de pastorie. De dirigent van het koor wordt betaald en zo nog heel wat meer. Zonder geld begin je niet veel. Wij leven van wat we dus uit de gemeenschap ontvangen, van wat u ons geeft. Op heel verschillende manieren ontvangen wij geld, dat is door de jaarlijkse actie Kerkbijdrage. Van elk gezin, van elk huishouden vragen we 5,00 euro per maand als bijdrage. Meer mag natuurlijk altijd en is zeer welkom. Voor de ouderen is de kerkbijdrage gelukkig haast van zelfsprekend. Helaas staan jongeren er veel minder vaak bij stil, dat ook zij een financiële verantwoordelijkheid hebben naar de kerk en parochie toe. Jongeren grijpt uw kans dus nu en steun ons met vijf euro per maand als het kan. Daarnaast zijn er de inkomsten uit de collecte tijdens de vieringen; de verkoop van kaarsen en de intenties, de gebedsverzoeken, waarvoor ook geld gegeven wordt en rente opbrengsten van beleggingen en of goederen. Van elke euro die we ontvangen moeten we een bepaald percentage zelfs afdragen aan het bisdom. Dat is 8 cent van elke euro. Onze parochie is kwetsbaar. Enkele jaar teren we nu al in. Maar het lukt gelukkig nog steeds om de ‘touwtjes’ bij elkaar te krijgen, maar niet zonder uw hulp.
pastor
Eigenlijk heel simpel, namelijk
met een klein kruisje met gezegende olie (chrisma) op je voorhoofd door de
bisschop of een afgevaardigde namens de bisschop. Meestal gebeurt dat in een
viering op zaterdagavond.
Heel eenvoudig dus, maar toch ook
wel een beetje ingewikkeld, want vormsel komt van vormen, van de juiste vorm
krijgen en geven. En daar gaan jaren overheen. Bij het vinden van de juiste
vorm heb je hulp nodig van anderen: op de eerste plaats: je ouders, maar ook:
je familie, leerkrachten, vrienden, goede buren, wijze mensen, allemaal mensen
die oog willen hebben voor de mogelijkheden en talenten die je vanaf je
geboorte zijn meegegeven. Gaandeweg met vallen en opstaan ontwikkelt ieder
mensenkind zich tot een individu: een persoon, die er mag zijn, waar rekening
mee gehouden moet worden, een mens met zijn eigen plekje op de wereld.
In de viering van het vormsel
bekrachtigen en bevestigen we deze vorming tot persoon. Tegen het kind zeggen
we dan feitelijk: “En vanaf nu ben je onderhand zelfstandig genoeg om op eigen
benen te staan; vanaf nu ben je volwassen; vanaf nu moeten we rekening met je
gaan houden; vanaf nu kun je zelf verantwoordelijkheid op je nemen; vanaf nu
nemen we je serieus. Dat hebben we altijd al gedaan, maar vanaf nu moet je je
dat ook bewust zijn; vanaf nu hoor je er helemaal bij”.
Drie keer word je als christen
gezalfd met chrisma, met heilige olie, en zo gezalfd tot christen, dwz tot een
gezalfde; dat betekent het woord ‘christen’.
1. aan
het begin van het leven bij de doop
2. aan
het begin van de volwassenheid bij het vormsel
3. aan
het einde van het leven bij het begin van de eeuwigheid bij de ziekenzalving.
De viering van het vormsel is als het ware de uitdrukking van het geloof en vertrouwen dat wij mensen, maar ook God vertrouwen in je hebben en dat jij voldoende Geestkracht in je hebt om je weg door het leven te vinden samen met anderen. In de voorbereiding naar het Vormsel hebben we het daar over.
pastor
Is
het een kwestie van wel of niet? Je doet het of je doet het niet? Zou een
gelovigen dan niet kunnen of mogen twijfelen? Geloven is iets dat je voelt,
hoor ik mensen vaak zeggen; je voelt dat er meer moet zijn tussen hemel en
aarde. In de bijbel heeft geloven te maken met al je zintuigen. Die
genezingsverhalen van Jezus hebben een bijzondere betekenis. Ze zijn er niet
voor niets. Ze willen de oren openen van mensen die denken dat ze horen, maar
niet horen; de ogen openen van hen die denken dat ze zien, maar niet zien; die
mensen in beweging willen zetten die denken op eigen benen te kunnen staan,
maar verlamd zijn en zonder fut; mensen weer opwekken tot leven die denken te
leven, maar feitelijk dood zijn, dood van binnen. Niet alleen voelen, maar ook
willen horen en zien en er naar leven. Geloven heeft ook met water te maken.
Zonder water geen leven, zonder geloof ook geen leven. Water kun je voelen.
Het is ‘nat’. Je kunt het niet vastpakken. Geloof heeft te maken met al die
dingen die net als water niet vast te pakken zijn, en ook niet te kopen. Je
kunt het alleen maar zien, voelen, ruiken, horen. En twijfelen kan wel degelijk,
omdat het niet vast te pakken en niet te koop is. Je moet er maar op vertrouwen
dat het er is. Waar het om gaat? Om al die dingen die je elke dag net zo hard
nodig hebt als eten en drinken, zoals:
aandacht,
warmte, veiligheid, rust, eerlijkheid, trouw, vertrouwen, hoop, vergeving,
barmhartigheid, mededogen, moed, kracht, verstandigheid, nuchterheid, eerlijke
niet betuttelende zorg, vriendschap, goedheid, goedertierenheid, genade,
wijsheid, ruggengraat, het hart op de goede plaats, openheid, hartelijkheid,
belangstelling, humor, vrede, recht en gerechtigheid, rechtvaardigheid,
invoelingsvermogen, sympathie, hartelijkheid, gemoedelijkheid, energie, geluk,
vreugde, plezier en natuurlijk liefde.
Je hebt het allemaal nodig, zonder zou het leven koud en hard als steen zijn. Geloven is weten dat dit er allemaal is. En dat niet alleen. Maar ook dat hoe meer je daarvan uitdeelt, hoe meer het naar je toekomt. Dat is echt geloven: door weg te geven rijker worden.
Wat kost een beetje aandacht; een beetje hartelijkheid? Het is onbetaalbaar wat het doet bij de ander. Dat is geloven.
pastor
Petrus vroeg aan Jezus: “Heer, hoe vaak moet ik vergeven, zeven keer?” Daarop antwoordde Jezus: “Niet zeven keer maar zeventig maal zeven keer”. Dan komt dat prachtige antwoord van Petrus: “Heer, geef mij geloof.” Zo vaak vergeven, dat kon Petrus niet opbrengen. Vergeven is hartstikke moeilijk. Als iemand je in je hart geraakt heeft, om dan over je hart te strijken en te zeggen: “Vergeten en vergeven”! En toch moet je kunnen vergeven en geen wrok nadragen, want dat vreet een mens op. Het is niet goed op een ander kwaad te blijven. Soms gaat het maar om kleine en onnozele zaken, soms over hele grote zaken. Vergeven helpt als een ander berouw toont en excuses vraagt. Vergeven helpt ook als de ander wil erkennen en inzien hoe gekwetst je kunt zijn. Het hoeft geen opzet te zijn en toch kan iemand zich dan pijn gedaan, of benadeeld voelen. Het is een ander aanvaarden zoals hij is, juist ook als hij anders is en daarom jou niet goed snapt of je opeens zo maar met een onverwachte opmerking voor het hoofd stoot. Vergeven is ook je dingen niet te snel persoonlijk aantrekken, aanvaarden als iets van die ander, die soms echt niet beter weet. Vergeven moet je elke dag weer opnieuw. Zonder gaat ons leven niet. Vergeven is barmhartig zijn en mededogend: niet haatdragend, maar vredelievend zijn. Maar het is tegelijkertijd ook niet alles zo maar slikken en voor zoete koek aannemen. Het is niet fouten goed praten en alles vergoelijken. Het is durven zeggen waar het opstaat, eerlijk zijn en blijven. Het is opkomen voor gerechtigheid en waarheid. Begin er maar eens aan! Met Petrus bid ik dan ook: ‘Heer geef me meer geloof’.
pastor Mattie Jeukens ofm
Caecilia stamde uit een Romeins adellijk geslacht en werd in 250 vermoord omdat zij het christendom predikte. Eerst probeerde men haar met kokend water te doden, dat lukt niet, toen werd zij onthoofd. Zij wilde maagd blijven in het huwelijk. In haar levensbeschrijving staat: “Terwijl het orgel klonk, zong de maagd Caecilia in haar hart voor haar enige Heer.” Dat was toen zij trouwde en daarom wordt zij patrones van alle zangers, musici, fanfares en instrumentenbouwers. Haar man liet zich dopen en zag toen hoe zijn echtgenote de maagd Caecilia bloemen van een engel kreeg. Ter ere van Caecilia wil ik u vragen om uw muzikale talenten niet onbenut te laten. Onze muziekverenigingen (drumband, harmonie en zangkoor) kunnen nog leden gebruiken. Uw aanmelding is een bloemetje van een engel waard.
pastor
Caeciliafeest 2011: zaterdag 29 november en zondag 20 november
De Gele Rijders houden Caeciliafeest op zaterdagavond 19 november. Zij beginnen met een eucharistieviering in de OLV van Lourdeskerk die zij zelf muzikale luister zullen bijzetten. Ons Theresiakoor en de Jeugddrumband, die volgend jaar een belangrijk jubileumjaar heeft, vieren hun Caecilia op zondag 20 november, samen verzorgen zij de eucharistieviering van 10.30 uur, daarna zetten zij het feest in eigen kring voort. Mag Caecilia steeds weer mensen inspireren om muziek te maken, muziek is een geweldige gave tot vreugde en troost.
Hoeveel wil je er voor uitgeven, lijkt haast de eerste vraag? Kerstmis is een dankbaar economisch object geworden. Met kerstmis kun je alle kanten uit. De romantische heeft zwaar de overhand en is dominant in Winterland en op alle kerstmarkten met Glühwein en ijsbaan. Voor wie het nog betalen kan,horen er de lichtjes bij in allerhande vormen en kleuren als een helder baken in de nacht. Voor wie iets heeft met de Kelten en Germanen is het een zonnewende feest. Voor de Bourgondiërs onder ons zal het vooral goed eten en drinken zijn. Maar voor hen die een dierbare hebben verloren is kerstmis heel vaak juist een extra pijn aan gemis. Ook als je zelf ziek bent of behandelingen moet ondergaan of een dierbare uit je eigen omgeving, dan zijn die kerstdagen misschien heel stressvolle dagen. De mooiste Kerst is toch niet de witte kerst, maar als er vrede is; als mensen samen zijn; als mensen elkaar tot troost willen zijn. Daarom als advies om op de beste manier werk van Kerstmis te maken is gewoon naar een of meerdere vieringen in de kerk komen. Om weer even dat ene verhaal te horen over dat jonge meisje, dat op een hemelse manier zwanger werd. Om weer te horen hoe ze naar Bethlehem moesten en hoe daar geen plaats was in de herberg, maar wel in de harten van herders en Koninklijke mensen uit verre landen en om mee te huiveren bij de vlucht naar Egypte en de kindermoord van Bethlehem. Bij Kerstmis hoort het samen vieren onder het sterrenblinken. Je maakt er ook werk van door te voet naar de kerk te gaan als bezinning en om de nacht al lopende tot een stille en heilige te laten worden.
pastor Mattie Jeukens ofm
Het nieuwe jaar overkomt me elke keer weer. Opeens is het 1
januari. ik heb nauwelijks de tijd om het ‘oude jaar op te ruimen’ ik zit
alweer midden in het nieuwe jaar. Goede voornemens maken doe ik eigenlijk niet
meer. Ik vergat ze te snel of het lukte me niet ze uit te voeren. Meestal waren
ze te hoog gegrepen. Eén voornemen is er overgebleven: proberen mezelf te
blijven en te zorgen dat ik gezond blijf. Wel groeit mijn verwondering en
verbazing met het jaar, omdat onze cultuur steeds meer een cultuur wordt waarin
geloof en geloven tot de privéwereld worden gerekend. We leven in een
belevingscultuur, wordt er gezegd. Geloof hoort daar bij. Het moet je ‘wat’
doen, of je moet ‘iets’ voelen, of ‘iets’ gezien hebben. Het kan van alles zijn. Geloof wordt er niet saaier op zo.
Iedereen mag ook weer zijn of haar eigen geloof beleven op haar of zijn
eigenwijze. Dat is een goede zaak. Het kan zelfs bevrijdend zijn. Ik hoop dat
het niet ten koste gaat van de sociale kant van geloof. Want geloof daagt ook
uit om te zien naar de mens die naast mij staat. Geloof wil uitdagen om je te engageren,
om mee te doen, om niet langs de zijlijn te blijven. Vriendelijk zijn, een
helpende hand bieden, gewoon iemand groeten, een glimlach schenken, het kan
allemaal zoveel goed doen. Het kost niets. Hoe meer je hiervan geeft hoe meer
je ervan krijgt. Het is onbetaalbaar en het kan je ongelooflijk rijk doen
voelen. pastor
Nog niet zolang geleden waren het parochianen die namens de parochie zieken gingen bezoeken. Ziekenbezoek werd toen vanuit de parochie geregeld door vrijwilligers. Als het ernstig was schakelden zij de pastoor in om op bezoek te gaan bij deze of gene. Ondertussen zijn de ziekenbezoekers mensen geworden die het zelf fijn zouden vinden als een ander een keer op ‘ziekenbezoek’ zou komen. Maar helaas hebben zij geen opvolgers gevonden. Als pastor weet je zo vaak niet meer wie ernstig ziek is en graag een keer een gesprek of een bezoekje zou willen hebben. Meestal kom je daar alleen maar heel toevallig achter. We mogen ons gelukkig prijzen dat de Zonnebloem er is. Zij is niet zo groot maar in alle bescheidenheid doet zij goed werk voor zieke mensen. Wie nu namens de parochie bezoek wil ontvangen kan de pastorie bellen(043 3634348). Een afspraak is zo gemaakt. Maar nog belangrijker is dat mensen elkaar niet uit het oog verliezen, dat familie, buren, vrienden en bekenden elkaar blijven bezoeken, juist ook als zij ziek zijn. Niets werkt zo genezend als liefdevolle aandacht en oprechte belangstelling. Zieken bezoeken is nog altijd een werk van barmhartigheid. pastor Mattie Jeukens ofm.
Vasten kun je altijd doen, wanneer je maar wilt. Maar de 40 dagen voor Pasen heten van oudsher: ‘de Vasten’. Het is veertigdagen net als Jezus doen, die 40 dagen de woestijn inging om te vasten en te bidden. Dit verwijst dan weer naar de 40 jaar woestijn van het joodse volk onder leiding van Mozes. Vasten is eigenlijk de woestijn in gaan. Dat is een beeld om aan te geven dat je de confrontatie aangaat met de vraag waar het op aankomt in het leven. Jezus zelf geeft drie zaken aan als zeer belangrijk: 1. regelmatig bidden; 2. broederlijk delen of durven te geven aan een ander; 3 vasten, je iets kunnen ontzeggen. Vasten heeft dus niets te maken met afslanken, maar wel alles met solidariteit, gerechtigheid en verbondenheid met andere mensen.
Pastor Mattie Jeukens ofm.
pastor
Zondag 28 maart is het Palmpasen. Het is het begin van de ‘Goede of Lijdensweek’ waarin we het lijden, sterven en de verrijzenis van Jezus gedenken. Palmpasen is de herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. Met Palmtakken in de hand zongen de mensen toen: “Hosanna, die komt in de Naam van de Heer”. In de kerk zegenen we de palmtakjes en delen die uit. Die kun je mee naar huis nemen.
Voor de kinderen kan het helemaal bijzonder zijn als zij een Palmpasen willen maken. Met de communiekinderen doen we dat op zaterdag 27 maart van 10 tot 12 uur in de sacristie. Daarna doen zij mee in de viering van zondagmorgen. Zij stellen zich dan ook voor.
Andere kinderen kunnen ook een Palmpasen maken en daarmee naar de kerk komen. Je bent van harte welkom.
Een palmpasen maken is heel eenvoudig: Van twee panlatten maak je een kruis, (er zijn er nog in de kerk aanwezig) dat versier je met crêpepapier en je hangt er van alles aan: het broodhaantje (verschillende bakkers verkopen dat). Deze haan herinnert aan het verraad van Petrus, want voordat de haan drie keer zou kraaien, had Petrus tot drie keer toe gezegd dat hij Jezus, zijn beste vriend, niet kende! Later had hij daar natuurlijk heel veel spijt van.
Er hoort ook een ei bij, of drie chocolade eieren als symbool van vruchtbaarheid en nieuw leven. Je moet dertig rozijnen aan een koord rijgen als teken van de dertig zilverlingen waar Judas Jezus voor verraadde. Ook twaalf ongepelde pinda’s horen er aan als symbool van de 12 vrienden van Jezus, die weer verwijzen naar de 12 stammen van Israël. Twee mandarijnen voor de spons met water en azijn die Jezus te drinken kreeg op het kruis. Verder mag je er zoveel snoepgoed aan hangen als je wilt. Dat moet ons eraan herinneren dat we allemaal samen op weg zijn naar het land van overvloed, een land van ‘melk en honing’. In de kerk geven we je nog een groen palmtakje dat ons laat denken aan de Koninklijke intocht van Jezus als de nieuwe koning David in Jeruzalem, de week voor zijn lijden en sterven.
Na de viering kun je de palmpasen weg geven aan iemand die het minder goed heeft dan jezelf. Daarmee drukken we uit dat we niet alleen voor ons zelf willen leven, maar ook voor anderen, net als Jezus. Delen maakt niet arm, maar juist rijk, schatrijk, want er is geen grotere schat dan echte vriendschap.
Mede namens
pastor
Voor het geloof is Pasen belangrijker dan Kerstmis. Ons geloof is op Pasen gebaseerd, gebaseerd op de verrijzenis van Jezus met Pasen. Kernachtig omschreven kun je zeggen dat met Pasen God zich in Jezus laat zien als degene die trouw blijft door de dood heen. God blijft trouw en doet Jezus opstaan uit de dood. Door God hoeven wij Jezus niet meer te zoeken bij de doden maar bij de levenden. De zware steen bij het graf is weggerold. Het graf is leeg en de dood is van haar kracht beroofd. We hoeven haar niet meer te vrezen. In God zullen we geborgen zijn. De laatste vijand van het leven is zo ontkracht, zegt de liturgie van Pasen. Ik vind dat mooi en geheimzinnig. Er iets bij voorstellen kan ik niet, maar het voelt wel goed. Met Thomas heb ik ook zo iets: ‘Eerst zien dan geloven’, maar toch ook weer niet. Pasen voedt het vertrouwen, dat wat er ook in je leven gebeuren mag en kan, dat er altijd iemand is die bij je blijft, die je vasthoudt, die je niet laat vallen weg in het niets.
De kerk verwacht van katholieken dat zij met Pasen hun ‘communie doen’. Eén keer per jaar word je geacht ter communie te gaan en dat is in de Paastijd. Dat geeft ik u dan ook graag ter overweging mee in de hoop dat mensen tussen Pasen en Pinksteren naar de kerk zullen komen en ter communie zullen gaan. Iedereen is welkom bij ons. U hoeft niet bang te zijn om geweigerd te worden. Integendeel, ik zie u heel graag komen. Ik heb het ook nodig mensen om me heen te hebben met wie ik het feest van het nieuwe leven mag delen. Pasen is ook het feest van het voorjaar en het nieuwe leven. Pasen is de erkenning van een levenskracht die sterker is dan de dood en die zich een weg baant door onrecht en verdrukking heen, niet te stuiten. Geweld, misbruik, onderdrukking, uitbuiting en buitensluiting kunnen en mogen nooit het laatste woord hebben. Allemaal delen we in het leven ons door moederaarde geschonken. We zijn op elkaar aangewezen en hebben elkaar nodig. Die erkenning is ook Pasen, dat is het begin van vrede en gerechtigheid.
pastor Mattie Jeukens ofm.
Het woord zegt het al. De Eerste Communie is de eerste keer dat je ter communie gaat. Wanneer dat is, mag iedereen zelf bepalen. Maar het is natuurlijk altijd veel leuker om dat samen met anderen te doen en er een leuk feestje van te maken, dan alleen en onopvallend de hostie op een zondag de eerste keer in ontvangst nemen. Maar dat kan ook. Als pastoor hoop ik dat het niet alleen maar bij een eerste keer blijft.
pastor Mattie Jeukens ofm
Pinksteren is een kwestie van de Geest en die gaat eigenlijk niet te werk. De geest is er, in de Bijbel al vanaf het allereerste begin, toen de aarde nog woest en ledig was, toen waaide Gods Geest al over de chaos en hielp orde aan te brengen. Geest is in de schrift: ‘adem en wind” en die waait waarheen zij maar wil. Niemand kan haar vastpakken. Het is een kwestie van voelen en je mee durven laten nemen op de golven van je gevoel. Dat is riskant. Je weet nooit waar je uitkomt. Maar één ding wordt ook duidelijk als je wilt leven in Jezus’Geest. De Bijbel vertelt dat waar mensen in Jezus geest’leefden, er geen noodlijdenden meer waren, omdat iedereen alles met elkaar deelde en ieder kreeg wat hij of zij nodig had. Zo is de Geest heel concreet: Zij of hij is te vinden daar waar je krijgt wat je nodig hebt. Als je weet wat je echt nodig hebt, weet je ook wat geestkracht is, of niet?
Pastor Mattie Jeukens ofm
Het is eenvoudiger en gemakkelijker dan je denkt. Je hoeft zelfs geen grote reizen te ondernemen, geen uitputtende wandeltochten naar Santiago of Jeruzalem. Je hoeft je niet in het zweet te lopen naar Assisi. Pelgrimeren kan altijd en overal. Pelgrimeren is letterlijk een pelgrim worden. Het woord is afgeleid van een woord dat vreemdeling betekent. Pelgrim word je als je je bewust bent van het feit dat je hier op aarde nooit helemaal ergens thuis kunt zijn, maar dat je altijd op weg bent, op weg naar de eeuwigheid. De tijd tikt immers door. Pelgrim ben je als echt weet hebt van het feit dat een mens zich uiteindelijk nooit iets kan toe-eigenen. Alles wat je hebt, heb je in bruikleen. Op het einde van je leven moet je alles los en achterlaten. Wie dat beseft is de ware pelgrim, de mens die reist door de tijd en weet van de betrekkelijkheid van alles en vrij is.
pastor Mattie Jeukens ofm
Misschien hebt u er zelfs nog nooit van gehoord van een Transitusviering. Het is zo’n typisch begrip uit de Franciscaanse Beweging. Het is de viering waarin het sterven van Franciscus in de avond van 3 oktober 1226 herdacht wordt. Elk jaar komen daarom op 3 oktober Franciscaans georiënteerde mensen samen om zo het sterven van Franciscus te overwegen. Sinds enkele jaren vindt er ook in de OLV van Lourdeskerk op 3 oktober een Transitusviering plaats die om 19.00 uur begint. En na de viering is er koffie, thee en vlaai in het Trefcentrum, want franciscaanse mensen houden van ontmoeting en gezellig samenzijn. Enkele medebroeders zullen met mij deze viering voorgaan, waarin we dus stil staan bij Franciscus en zijn sterven. Iedereen is natuurlijk van harte welkom om mee te doen.
pastor
Het heeft alles met het jaargetijde te maken. Juist als de bladeren van de bomen vallen, als het herfst wordt en de natuur lijkt te sterven, herdenkt de kerk de overledenen, om als het ware tot uitdrukking te brengen: we zijn jullie niet vergeten, we denken aan jullie en zelfs door de dood heen zijn we nog met elkaar verbonden. Straks komt er weer een nieuw voorjaar en een nieuwe zomer. Maar voor het zover is, even stil staan, even denken aan wie ons zijn voorgegaan, de mastodonten, de kanjers, die in de kerk heiligen genoemd worden, maar ook stil staan bij de gewonen eenvoudige mensen, onze ouders, onze familie, onze vrienden, mensen met wie we samen gewoond en geleefd hebben. Eerst Allerheiligen op 1 november, dan op 2 november Allerzielen. In de kerk hebben we op 2 november steeds weer die indrukwekkende viering waarin we voor alle overledenen van het afgelopen jaar een kaars aansteken en hun naam noemen. Indrukwekkend. Daarna gaan we met het licht naar het kerkhof: Lichten naar de graven brengen! Zo zeggen we: “Lieve mensen, jullie zijn nog steeds ene lichtpuntje voor ons. Jullie geven ons nog steeds licht en warmte. Daarom denken we aan jullie juist nu het herfst wordt, nu het kouder en donker wordt” .
pastor Mattie Jeukens ofm
De vier weken voor Kerstmis noemen we de adventstijd. Elke week steken we op de adventskrans met 4 kaarsen weer een kaars meer aan. Zo groeit het licht door het donker van de nacht naar de nieuwe morgen van Kerstmis. Het groeien van het licht is symbool voor het groeien van ons verlangen naar vrede en nieuw leven. Vlees en bloed wordt dat verlangen in het kerstkind van Bethlehem. Dat kind is de koning van de Vrede. Herders en koningen kwamen er op af en nu wij!
In de kerk lezen we in de advent heel vaak teksten van de profeest Jesaja uit het Oude Testament. Hij heeft prachtige visioenen beschreven over de komst van een Vredevorst die gerechtigheid zal doen zegevieren. Later is men die teksten gaan lezen in het licht van Jezus’ leven en sterven en in Hem de Vredevorst gaan zien, de zon der gerechtigheid die met kerstmis ons geboren is en beginnen te schijnen. In de advent bereiden we ons vier weken lang op Kerstmis voor. De kaarsen van de adventskrans zijn het symbool voor het licht in de duisternis, dat met Kerstmis geboren wordt en diezelfde duisternis doet verdwijnen. Engelen hebben een heel speciale rol, vooral de aartsengel Gabriel. Hij komt op bezoek bij Maria en kondigt aan dat zij zwanger zal worden en een zoon ter wereld zal brengen die Immanuel zal gaan heten: God is bij ons, God houdt ons vast, God zal zorgen dat wij niet verdwijnen in het grote niets. De zwangerschap van Maria wordt afgebeeld met een duif die haar een straal van licht vanuit de hemel in het oor blaast. Prachtig. Koning van de vrede word je door te beginnen met goed te luisteren. Daar begint de advent mee: hoor ik wat gezegd wordt? Durf dat visioen van vrede te koesteren? Als je dat kunt ben je net zo’n engel als Gabriel en Maria.
Pastor Mattie Jeukens ofm
Als je echt wilt weten hoe solidariteit in zijn werk gaat moet je eerst weten wat dat betekent, wat dat is: solidariteit. Een begrip dat uit het spraakgebruik lijkt te zijn verdwenen. Maar is het echt zo ouderwets? Tijdens de ‘Christelijke Ramadan’; de veertigdagentijd; of de Vasten- en bezinningstijd is het goed om solidariteit in overweging te nemen. Solidariteit betekent dat je de mens die naast je staat, vooral hij of zij die kwetsbaarder, brozer is dan jezelf, dat je die niet uit het oog verliest maar probeert te steunen en te helpen. Solidariteit betekent ook dat je je bewust bent van het feit dat je alléén niet veel gerealiseerd krijgt, maar pas als je samen met anderen een vuist weet te maken en de armen ineen slaat. Solidariteit heeft daarom alles met verbondenheid te maken. Het doet je beseffen dat we allemaal in een zelfde schuitje zitten. Solidariteit is gerechtigheid beoefenen en er voor zorgen dat mensen recht gedaan wordt. Solidariteit wil zeggen: “Jij laat mij niet onverschillig. Jouw geluk is mijn geluk”. Het is het tegendeel van ieder voor zich en god voor ons allen. Juist in de 40-dagentijd op weg naar Pasen is het belangrijk na te denken over solidariteit. Het is één van de peilers van het Vasten, namelijk niet alleen met jezelf bezig zijn, maar ook met de noden van je medemensen. Daarom hoort er bij de vastentijd het vastenzakje om solidariteit concreet te maken. Het is letterlijk meer dan alleen maar mooie woorden over hebben voor een ander, die het minder heeft als ons.
Pastor Mattie Jeukens ofm
Antonius is zo’n heilige waar je iets aan hebt. Hij zorgt dat je terug vindt, wat je verloren hebt. Rowen Heze heeft zelfs een lied over hem gemaakt met de mooie zin: “Beter verloren dan nooit te hebben gehad”. Antonius is geboren in Portugal; wilde in Marokko missionaris worden maar leed schipbreuk en via Sicilië kwam hij in Assisi terecht en van daar in Padua. Hij was eens zijn boek kwijt en boeken waren toen nog heel duur, omdat ze met de hand geschreven werden. De boekdrukkunst was nog niet uitgevonden. Daarom bad hij een schietgebedje en het dure boek werd de dag erna terug gebracht door een berouwvolle dief. Daarom wordt hij de patroon van de verloren zaken. Je hoeft maar gewoon te zeggen: “Heilige Antonius, beste vriend, help me mijn…. te vinden. Als ik het gevonden heb, beloof ik jou ook wat te geven.” Wie dat bidt, krijgt het tien tegen één terug. Antonius kon meer, hij heeft iemand zijn afgehakte voet weer aangezet. Ook wist hij het hart van een vrek terug te vinden in diens schatkist. Vissen luisterden naar hem en hij kreeg een ezel aan het knielen voor de gezegende hostie. Het was een wonderlijke man. In Padua ligt hij begraven. Daarom heet hij nu Antonius van Padua. Hij stierf op 13 juni 1231, 36 jaar oud.
Geloofsopvoeding gaat niet anders in zijn werk dan gewoon opvoeden! Wat dat ook mag zijn, gewoon opvoeden? De vraag is altijd wie wie opvoedt: de ouder het kind of het kind de ouder? Bij alles is één ding gewoon van onschatbare waarde. Het heeft alles met structuur, dan nog eens structuur en dan eens structuur te maken. Structuur geeft ordening en ritme, zekerheid en veiligheid waardoor de ruimte ontstaat om dingen op te nemen en te leren dus. Van onschatbare waarde zijn nog altijd de ‘ouderwetse’ drie “R’s”: Rust, Reinheid en Regelmaat. De vaste dingen op de vaste momenten doen: een kruisje geven voor het slapen gaan, om zo te zeggen je bent in het donker veilig in Gods hand; een kaarsje opsteken voor een zieke, om zo aan hem of haar te denken; geregeld naar de kerk komen om zo contact te houden met de gemeenschap waar je bij hoort; geregeld wat durven geven voor het goede doel, om je eigen egoïsme te doorbreken; je af en toe iets durven ontzeggen, omdat niet alles direct bevredigd hoeft te worden en leren onze echte verlangens beter onder ogen te zien; je bewust te zijn van het ritme der seizoenen, om zo te weten opgenomen te zijn in een grotere beweging.
pastor Mattie Jeukens ofm